Shipbuilding from its beginnings. Vol. 1 (of 3)Konijnenburg, E. van (Emile)
History
Shipbuilding from its beginnings. Vol. 1 (of 3)
Konijnenburg, E. van (Emile)
Shipbuilding -- History; Ships -- History
Held between two camels which were securely fastened together, the ship
was raised as they were emptied of the water which they contained.
These camels are very well shown in ~Van Yk~’s work, folio 360, as well
as in “_Figures de navires et embarcations_”, 1831, pl. 35, by ~P. Le
Comte~.
Small boats towed the vessel thus raised across the Pampus. As to the
depth of water which existed at this place, Le Comte says, p. 38, that,
at high tide there were 10½ feet (2.97 ells of the Netherlands) on
the Pampus or “Muiderzand” and 9 feet (2.55 ells) at low tide. It was
only at extraordinary high tide that a depth of 13 feet (3.68 ells) was
to be had.
Later, ships drawing 19 feet (5 m. 38) could be brought to Amsterdam by
means of camels.
But the situation was no better at Rotterdam. Here, indeed, is what
is related by the builder ~Van Yk~, in his work of 1697, p. 14: “En
waarlyk de wytheid der schepen is wel het voornaamste en beste middel
om het ondiepgaan derselve te bevorderen, een saak die wy hier te Lande
wegens de droogte of ondieptheid onzer zeegaten, ten hoogste dienen
te betrachten; want (volgens ’t getuigenis van ervaarne en de diepte
dezer zeegaten zeer wel bepeild hebbende loodsen) soo konnen met een
gemeen geleide uit het Goereesche gat niet meer dan 20, uit Texel,
omtrent ook soo veel en uit de Maas niet meer als 13 voeten diepgaande
schepen worden uitgelootst. Waarom dan ook somtyds wel is komen te
gebeuren, dat eenige, van ’s Lands oorlogs-schepen, soo nauw gemaakt
en om zeilvoerens wil soo diep geballast zynde, met een dood getyde
en Wind, tot Staats groot nadeel, niet konden ’t zee geraken, of daar
al in synde, haar onderste geschut, omdat te naby ’t water lag, niet
bruikbaar werd bevonden”[11]. And further on, at page 360, the same
author says also: “Want soo heeft men al voor veele jaren, om onze
groote en diepgaande schepen in zee te brengen, wegens de ondiepheid
onzer _rivieren_ en _zeegaten_, getragt, waar ’t mogelyk, door ledig
vatwerk, so pypen, als voedervaten, op te ligten en te doen ryzen. Dog
was dit werk, om het byeen schikken der vaten, een ellendige talmerij
en veel arbeids onderworpen”.[12]
Public-domain text, read in full here on John Shaqi.
Reviews
Reviews
No reviews yet
Be the first to share your thoughts on this work.
Elsewhere in the archive
Join the Discussion
Join the discussion
Sign in to leave a comment or review.
Sign InorCreate an account