The Bloody Theatre, or Martyrs Mirror of the Defenseless Christians: who baptized only upon confession of faith, and who suffered and died for the testimony of Jesus, their savior, from the time of Christ to the year A.D. 1660Braght, Thieleman J. van (Thieleman Janszoon)
History
The Bloody Theatre, or Martyrs Mirror of the Defenseless Christians: who baptized only upon confession of faith, and who suffered and died for the testimony of Jesus, their savior, from the time of Christ to the year A.D. 1660
Braght, Thieleman J. van (Thieleman Janszoon)
Anabaptists -- Europe -- Biography; Christian martyrs -- Biography; Persecution
In like manner men must also hastily come out of the spiritual Babel,
out of the confusion and many corrupt, human forms of worship and
vanities of the world. “Save yourselves from this untoward generation.”
Acts 2:40. “The Lord give thee understanding in all things.” 2 Tim.
2:7. POEMS IN THE ORIGINAL LANGUAGE.
THE HOLY MARTYRS OF THE NEW COVENANT.
_To all charitably inclined Anabaptists and non-resistant Christians_:
_=Rechtsinnige!= die Christum hebt beleden
Te volgen in een ware ootmoedigheydt;
En die ter noodt den kruys-bergh wilt betreden,
Die vol en dicht van scherpe doornen leydt;
Vertoeft, en siet nu, in dees jammer-blaren,
Wat ach, een wee, een weerloos Christen naeckt,
Wanneer sijn ziel met Christo soeckt te paren,
En, door’t geloof, na’t eeuwigh leven haeckt.
Al siet gy u geloofs-genooten swerven,
Om Christi naem, met kommer, angst en pijn,
Verlaten van haer huysgesin, en erven,
En dolen, in een woest landt, en woestijn,
En waer sy zijn, als vluchtelingen, woonen:
Dewijl men haer een vast verblijf ontseydt,
En vyer, en swaerdt, en galgh, en radt gaet toonen,
Met grimmigheydt tot hare doodt bereydt;
Laet daerom niet u vyer’ge liefd’ verkoelen,
Al waeyt den Noorden windt,[73] van kruys en smaedt,
Maer scherper wilt na’t faligh leven doelen,
En op gebeen u ziel tot Godt verlaet:
Want als de rose en lelye[74] in de doornen
Opwassen, en alsoo omcingelt staen;
Soo Christi Kerck, en lieve uytverkoornen,
Met druck en angst, oock somtijdls zijn belaen.
Maer of al schoon, ’t welck wonder schijnt, een moeder
Het eenigh kindt, van haer gebaerdt, vergat;
So blijft nochtans de Heer ons ziel-behoeder
In eeuwigheydt, ons kroone, eer en schat.
De waerdigheydt van alles dat magh blijcken,
En’t beste dat een mensch op aerden heeft;
Sachtmoedige! is geensins te gelijcken
By d’heerlijckheydt[75] van die hier deughtsaem leeft.
Self Godes Soon, sijns Vaders wel-behagen,
Die al’t geschep in eygendom geniet;
Heeft, in veel smaedt, een doorne kroon gedragen,
En van sijn volck onlijdelijck verdriet.
Die heeft u voor-gegaen, en veel geleden,
Ja aen het kruys de seer vervloeckte doodt,
Wilt hem dan op den Martel-wegh na treden,
En achten niet het lijden, druck, en noodt.
Want als gy hebt des werelts smaedt, en schanden,
En sonden-drift, verwonnen heldelijck;
Dan sult gy in het saligh leven landen,
En wesen by Godts Helden meldelijck:[76]
Wanneer haer Godt, met sael’ge glory-meyen,
En eeuw’ge vreught, en rijckdom, eer, en prael,
Sal in’t Palleys der Heem’len binnen leyen,
En wesen self haer loon, en bly onthael:
Om dat sy t’saem de werelt niet en achten,
En haer geloof bezegelden met bloedt:
Een grondt, en steun, daer op gy meught verwachten
Het Koningrijck vol eeuwigh blijvend goedt.
Public-domain text, read in full here on John Shaqi.
Reviews
Reviews
No reviews yet
Be the first to share your thoughts on this work.
Elsewhere in the archive
Join the Discussion
Join the discussion
Sign in to leave a comment or review.
Sign InorCreate an account